Een goede houding
De manier waarop je staat, kan je langer, slanker, en zelfverzekerder laten
overkomen. Dus meiden: schouders naar achteren, borst naar voren!
Sta rechtop:
1. Stel je voor dat je met een touwtje uit je hoofd omhoog getrokken wordt. Of
je nu loopt, zit of staat: denk jezelf lang en 'voel' hoe dat touwtje je
langzaam omhoogtrekt. Houd je buik in.
2. Ontspan je schouders. Zijn ze gespannen, trek ze dan op en zo hard mogelijk
naar elkaar toe, alsof je heel overdreven je schouders ophaalt. Laat ze
vervolgens zakken en voel de spanning wegtrekken. Probeer je schouderbladen naar
elkaar toe te drukken; dit is een goede manier om je schouders naar achteren te
houden.
3. Houd je knieën zo los mogelijk. Als je ze vastzet, overbelast je je rug en breng je je lichaam uit balans. Verdeel je gewicht steeds gelijkmatig over beide benen. Als één been meer gewicht moet dragen of als één voet gedraaid staat, lijk je krom te staan.
4. Houd je kin parallel aan de grond.
Zit rechtop:
1. Ga op het puntje van je stoel zitten en zak helemaal onderuit. Trek jezelf nu
omhoog terwijl je je rug zo hol mogelijk maakt. Houd een paar seconden vast en
ga dan iets rechter zitten (ongeveer 10 graden). Dit is een goede zithouding.
2. Zorg dat je rug recht is en je schouders naar achteren getrokken zijn. Je billen moeten de achterkant van de stoel raken. Je kunt een opgerolde handdoek of een kussen gebruiken om de natuurlijke ronding van je rug te ondersteunen.
3. Verdeel je lichaamsgewicht gelijkmatig over beide heupen.
4. Buig je knieën in een rechte hoek, zorg dat ze iets hoger zijn dan je heupen. Houd je voeten plat op de vloer. Gebruik als het nodig is een voetenbankje.
5. Sla je benen nooit over elkaar. (Moeilijk hé, als je het gewend bent!)
6. Probeer niet langer dan dertig minuten in dezelfde houding te zitten.